Crisis

CRISISNUMMERS

Tijdens kantooruren:

  • Heerlen: 045 – 560 4004
  • Voerendaal: 045 – 560 25 61
  • Landgraaf: 14-045

’s Avonds of in het weekend:

  • Crisishulp Jeugd Zuid-Limburg: 043 – 604 5777
Zoek
Crisis

CRISISNUMMERS

Tijdens kantooruren:

  • Heerlen: 045 – 560 4004
  • Voerendaal: 045 – 567 7530
  • Landgraaf: 14-045

’s Avonds of in het weekend:

  • Crisishulp Jeugd Zuid-Limburg: 043 – 604 5777
Zoek
Sluit dit zoekvak.

Van vergadertafel naar kookstudio

Niet in driedelig kostuum met jongeren praten, maar gewoon in de kleren die een jongere ook zou dragen. Wilma Pelz, werkzaam bij Burgerkracht, heeft al menig wethouder en bestuurder dit advies gegeven. Zij weet als geen ander hoe je de verbinding legt tussen jongeren met een hulpvraag en het ‘beleid’. Vanuit die rol zit ze ook in de klankbordgroep van JENS.

Wij spreken haar over haar ervaringen tot nu toe en haar wensen voor de toekomst.

‘Ik zit niet als ervaringsouder in de klankbordgroep’, verduidelijkt Wilma meteen, ‘maar vanuit mijn professionele rol’. Wilma is al vanaf de start van JENS betrokken bij de organisatie en ‘haar’ jongeren.

Toen de jeugdzorg werd overgeheveld naar de gemeenten, ontstond een vacuüm. Jongeren voelden zich niet meer gehoord door de ambtenaren. En de ambtenaren wisten eigenlijk niet wat er op hen afkwam. ‘Dit moet anders’, dacht Wilma, waarna ze het daadkrachtig initiatief nam om jongeren en de gemeente met elkaar in gesprek te brengen. Niet op de saaie – en soms zelfs licht intimiderende – manier van een enorme vergadertafel met ambtenaren in pak (oftewel ‘apenpakkie’ zoals zij het noemt). Nee, het zou luchtiger en actiever moeten zijn. Hiervoor doken jongeren en ambtenaren de kookstudio in.

Van kleine kamertjes naar een kookstudio

Al roerend in pannen en potten voerden wethouders en beleidsmakers het gesprek met jongeren over wat de jongeren dwars zat en waar ze behoefte aan hadden. Hoewel de ambtenaren nog in 3-delig pak kwamen en er toch wat afstand was, merkten de jongeren dat ze toch ook mens bleken te zijn. In de kookstudio waren de jongeren in hun comfortzone en tegelijkertijd gaven de beleidsmakers aan dat ze nog nooit zo uit hun comfortzone waren gehaald. Maar ze vonden de ervaring allemaal erg waardevol. ‘Daarna heb ik nog vaker dit soort kooksessies georganiseerd. Vooral om mensen uit hun kleine kamertjes te krijgen. Moet je dan eens kijken wat voor gesprekken er komen!’ Ook beleidsadviseur Jeugd van de gemeente Landgraaf, Ivonne de Jel, was van de partij. ‘Ze heeft echt naar de jongeren geluisterd’, laat Wilma weten.

Burgers in hun kracht

Wat Wilma drijft is die verbindende rol en burgers, waaronder dus ook de jongeren en hun omgeving, in hun kracht zetten. Een rol die ze ook in de klankbordgroep van JENS vervult, maar die in de praktijk nog niet zo eenvoudig bleek.

‘Gemeentes en organisaties moesten na de overheveling van de jeugdzorg opeens samenwerken,’ zo vertelt ze. ‘Met ieder zijn eigen bagage en werkwijze. Daar moest men een nieuwe weg in vinden, een weg die uniek was. De manier waarop de drie gemeentes gingen samenwerken met JENS, bestond nog niet. Die samenwerking van gemeentes en JENS bracht nieuwe mogelijkheden met zich mee, waarvan de jongeren ook profiteerden. Voorheen liepen ze tegen muren aan omdat bij de ene instelling iets was ingekocht, maar bij de andere niet. Het leidde tot de (on)nodige wachtlijsten. Dankzij de samenwerking kregen jongeren eerder de hulp die ze nodig hadden.’

Natuurlijk werd met argusogen gekeken naar de veranderingen die door de nieuwe samenwerking ontstonden. Sommige instellingen waren zeer huiverig. ‘Het was natuurlijk ook een risico, maar mijn motto is niet voor niets: niet geschoten is altijd mis’, vertelt Wilma vol verve. ‘Eerst werd elke misser uitvergroot en elk succes kleiner gemaakt, maar nu zien de meesten toch echt wel de voordelen van de nieuwe aanpak. We kunnen het nu eenmaal niet allemaal zelf.’

Wat JENS nu voor de jeugd betekent, mag veel duidelijker worden benoemd volgens Wilma. ‘Mensen mogen echt wel weten dat het van JENS is (red. de startklassen van JENS). Het zou heel goed zijn om te laten zien dat JENS een voorbeeldfunctie heeft. En de openheid die JENS laat zien door ouders, cliëntenraden en mensen zoals ik een stem te geven, dat herken ik niet altijd bij andere organisaties,’ besluit ze.

De verbindende rol die Wilma heeft, uit zich ook in haar luistervaardigheden. Als ze anderen iets hoort zeggen, bijvoorbeeld op het gebied van mantelzorg of armoede, en het heeft een link met JENS, dan legt ze meteen voor in de klankbordgroep van JENS wat ze heeft opgevangen. Binnen de klankbordgroep wordt dan ook echt gehoor gegeven aan de input; het wordt meteen opgepakt. ‘Dit is echt een voorbeeld van Samen Anders Doen,’ vertelt Wilma daarover.

Wat zijn nog uitdagingen voor de komende tijd?

‘Op dit moment spelen bezuinigingen en veranderingen een grote rol binnen de jeugdzorg. Dat is echt een grote uitdaging die ook door JENS wordt opgepakt. Belangrijk is het om goed te luisteren naar iedereen en dat compliment mag ik aan JENS geven. Ik heb het gevoel dat daar goed geluisterd wordt.’

Interview door Anneke de Waal en Stephanie Boonen | In Petto

 

Facebook
Twitter
LinkedIn